Naar hoofdinhoud
1.. Het algemeen bestuur wijst in de eerste vergadering waarin het algemeen bestuur overeenkomstig artikel 5, eerste lid, in nieuwe samenstelling bijeenkomt, dan wel in een eerste vergadering van het algemeen bestuur, de leden van het dagelijks bestuur aan. 2.. De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag waarop de leden van het algemeen bestuur aftreden. Zij blijven als lid van het dagelijks bestuur functioneren tot het moment waarop in hun opvolging is voorzien. 3.. Een lid van het dagelijks bestuur dat tussentijds ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. 4.. De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde zelf ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter onverwijld schriftelijk op de hoogte. 5.. Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur ontslaan als dit lid niet langer het vertrouwen van het algemeen bestuur geniet. 6.. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur openvalt, wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. Indien het ontstaan van een vacature in het dagelijks bestuur gepaard gaat met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, geschiedt de aanwijzing zo spoedig mogelijk nadat in de vacature binnen het algemeen bestuur is voorzien, maar in ieder geval binnen zes weken na openvallen van de plaats in het dagelijks bestuur, tenzij de voorzitter een andere termijn vaststelt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel