Naar hoofdinhoud
1. . De voorzitter is bevoegd tot: het leiden van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur; het in en buiten rechte vertegenwoordigen van de Regionale uitvoeringsdienst. De voorzitter kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. 2. . Indien de voorzitter lid is van het college van burgemeester en wethouders of van Gedeputeerde Staten dat partij is in een geding waarbij de Regionale uitvoeringsdienst is betrokken, oefent een ander door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van het dagelijks bestuur de in het eerste lid onder b bedoelde bevoegdheid uit. 3.. De voorzitter geeft aan vertegenwoordigende organen, indien daartoe door een of meer leden van deze organen wordt gevraagd, dan wel ongevraagd, alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. 4. . De voorzitter verstrekt het algemeen bestuur de door een of meer leden van het algemeen bestuurgevraagde inlichtingen, tenzij het openbaar belang zich hiertegen verzet (overeenkomstig Wgr.Art. 16 lid 5). 5. . De voorzitter legt op verzoek van een of meer leden van het algemeen bestuur verantwoording af voor het door hem gevoerde bestuur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel