Naar hoofdinhoud
1.. Een deelnemer kan na verkregen toestemming van zijn vertegenwoordigend orgaan uit de regeling treden. De betreffende deelnemer doet van het voornemen hiertoe mededeling aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt het voorgenomen besluit onverwijld aan de andere deelnemers. 2.. De deelnemers moeten met drie vierde meerderheid instemmen met de regeling van de financiële gevolgen van de uittreding. De financiële gevolgen van de uittreding komen ten laste van de uittredende deelnemer. 3.. Op basis van de regeling van de financiële gevolgen neemt de betreffende deelnemer een definitief besluit over uittreding uit de regeling. Hij zendt het definitieve besluit aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt het definitieve besluit van de deelnemer onverwijld aan de andere deelnemers. 4.. De uittreding uit de regeling treedt in werking met inachtneming van een termijn van een jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin het uittredingsbesluit, zoals bedoeld in het derde lid is toegezonden. 5.. Het algemeen bestuur stelt ten behoeve van uittreding uit de regeling algemene regels vast, welke regels bij uittreding worden toegepast. 6.. In het dienstverleningshandvest als bedoeld in artikel 19, eerste lid, wordt bepaald wanneer het tweede tot en met het vijfde lid van overeenkomstige toepassing zijn op terugname van een deel van de opgedragen taken door de deelnemer in enig jaar. 7.. Na uittreding wordt de dienstverleningsovereenkomst als bedoeld in artikel 19, tweede lid, ontbonden, tenzij anders wordt overeengekomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel