Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter draagt er zorg voor dat, met uitzondering van spoedeisende gevallen, ieder lid ten minste tien werkdagen voor de dag waarop het algemeen bestuur vergadert, schriftelijk wordt opgeroepen om bij deze vergadering aanwezig te zijn. In de oproepingsbrief worden plaats, datum en uur van de vergadering, alsmede een opgave van de te behandelen onderwerpen vermeld. Bij de oproepingsbrief worden zoveel mogelijk de stukken die op de te behandelen onderwerpen betrekking hebben gevoegd. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing op een vergadering als bedoeld in artikel 7, tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel