Naar hoofdinhoud
Bij het bepalen welke voorziening het meest passend is kunnen de volgende vormen worden onderscheiden: a. Aansluiting bij reeds bestaande vervoersbewegingen in het kader van de Wmo en/of Leerlingenvervoer binnen (aanvullende) afspraken met het betreffende vervoersbedrijf voor zover dit mogelijk blijkt na onderzoek van de gemeente; b. Kilometervergoeding voor de afgelegde afstand indien de ouders van de jeugdige zelf vervoeren of laten vervoeren. De vergoeding betreft een vastgesteld tarief, conform de Reisregeling binnenland (rijksregeling voor reis- en verblijfskosten); c. OV-vergoeding, indien: i. De jeugdige in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken, of ii. De jeugdige jonger dan negen jaar is, en door de ouders genoegzaam wordt aangetoond dat de jeugdige niet in staat is om zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken met een begeleider. d. Passend vervoer indien: i. De jeugdige met gebruikmaking van openbaar vervoer naar de jeugdhulpinstelling of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met passend vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; ii. Genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de jeugdige door henzelf of andere onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; iii. De jeugdige, gelet op structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in staat is – ook niet onder begeleiding- van openbaar vervoer gebruik te maken.

Rechtspraak bij dit artikel