Geen havengeld wordt geheven voor:
vaartuigen met bijbehorende roeiboten, welke onmiddellijk of middellijk in gebruik zijn bij het rijk voor de naleving of de handhaving van de scheepvaartreglementen;
vaartuigen met bijbehorende roeiboten, welke onmiddellijk of middellijk in gebruik zijn voor het beheer en onderhoud van de haven van de gemeente Enschede;
vaartuigen behorende aan de gemeente Enschede;
roeiboten, behorende bij vaartuigen, waarvoor havengeld verschuldigd is;
vrachtschepen, die uitsluitend aanleggen voor het innemen van levensmiddelen voor eigen gebruik voor de opvarenden, waarbij de duur van de aanleg vier uren niet mag overschrijden;
vaartuigen die uitsluitend voor het uitvoeren van reparaties in gemeentelijk vaarwater verblijven;
lichters, die in geval van averij aan een vaartuig, de lading van een dergelijk vaartuig lossen;
sleepboten die niet langer dan vierentwintig uur in gemeentelijk vaarwater ver¬blijven;
hospitaalschepen, uitsluitend als zodanig in gebruik;
voor vaartuigen, waarmede uitsluitend gebruik wordt gemaakt van het gemeentelijk vaarwater voor doorvaart of om van vaarrichting te veranderen;
indien en voor zover het voortge¬zet verblijf uitsluitend een gevolg is van de stremming van de scheep¬vaart door ijs of andere meteorologische omstandigheden of door het onklaar worden van delen van het Twentekanaal, als sluizen en dergelijke.
Hoofdstuk 2
Artikel 5.
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en opslaggelden 2017