Het is zonder vergunning van Burgemeester en wethouders verboden een schip, of vaartuig, dat geen woonboot is, permanent als woon- en nachtverblijf te gebruiken.
Burgemeester en wethouders kunnen op grond van nadere beleidsregels tijdelijke ontheffing verlenen van het verbod genoemd in het eerste lid.
Het in het eerste lid vervatte verbod omvat niet het verblijf op charterschepen, bedrijfsschepen, veerboten, vissersschepen, binnenschepen en zeeschepen, die daadwerkelijk als zodanig worden gebruikt.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vast stellen inzake de vereiste criteria die zij stelt aan het daadwerkelijk gebruik van dergelijke schepen.
De eigenaren van de schepen genoemd in lid 3 zijn verplicht om op verzoek van Burgemeester en wethouders aan te tonen dat het schip als zodanig gebruikt wordt.