Lid 1: Als beleidsuitgangspunt wordt als regel gekozen voor het opleggen van een last onder bestuursdwang en niet voor het opleggen van een dwangsom. Een last onder bestuursdwang is een directer middel dat in tegenstelling tot de dwangsom binnen een concreet gestelde begunstigingstermijn tot feitelijke beëindiging van de overtreding leidt.
Lid 2: Bij het opleggen van een last onder bestuursdwang wordt in principe gekozen voor sluiting van de woning/het lokaal. Dit moet als de meest effectieve maatregel worden beschouwd om de met de Opiumwet strijdige situatie te doen beëindigen en herhaling ervan te voorkomen, gelet op het feit dat het financiële gewin in het verdovende middelen-circuit dusdanig groot is dat met een dwangsom naar verwachting niet zal worden bereikt dat een overtreding ophoudt of niet meer wordt herhaald.
Lid 3: Gelet op het doel van artikel 13b van de Opiumwet (te weten preventie en beheersing van de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico’s voor de volksgezondheid en het voorkomen van nadelige effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden) bij het vaststellen van de sluitingsduur in overweging is genomen de noodzaak om de bekendheid van de inrichting als drugsadres te niet te doen, het doen wederkeren van de rust in de directe omgeving, het voorkomen van herhaling van de verstoring van de openbare orde alsmede het voorkomen van een verdere aantasting van het woon- en leefklimaat. Dat specifiek ten aanzien van hennepteelt kan worden gesteld dat deze teelt een negatieve invloed heeft op het openbare leven en het woon- en leefklimaat en zorgt voor overlast, verloedering en verhoogd brandrisico door overbelasting van het energienetwerk en veelal gepaard gaat met uitkeringsfraude, belastingontduiking en energiediefstal.
Lid 4: De sluitingsbevoegdheid van de burgemeester op basis van artikel 13b Opiumwet en de overige daarmee samenhangende maatregelen kan uitsluitend toepassing krijgen op basis van schriftelijke bewijsstukken.
Lid 5: Als begunstigingstermijn wordt een periode van 72 uur aangehouden waarbinnenbetrokkene zelf in de gelegenheid is om gehoor te geven aan de opgelegde last. Bij lokalen geldt dat binnen het eerste uur van deze 72 uur de klanten uit de inrichting dienen te worden verwijderd.
Lid 6: Indien er feitelijk tot sluiting wordt overgegaan zal de woning/het lokaal voor eenieder ontoegankelijk worden gemaakt.
Lid 7: De duur van de sluiting is afhankelijk van de overtreding en van de vraag of de woning/het lokaal reeds eerder gesloten is geweest en varieert van een sluiting voor drie maanden tot een sluiting voor onbepaalde tijd. Hierbij wordt verwezen naar de handhaving matrices op pagina’s 7 en 9, onder artikelen 2 en 3.
Lid 8: Voor het toepassen van de bevoegdheid voortvloeiende uit artikel 13b Opiumwet wordt verwezen naar aanwezigheid van verdovende middelen op lijst I en II van de Opiumwet. Op lijst II is hennep in al zijn verschijningsvormen opgenomen, hiervan zijn alleen zaden uitgesloten.
Lid 9: Met betrekking tot de omschrijving van het “verkopen, afleveren, verstrekken dan wel daartoe aanwezig hebben” van verdovende middelen volgt uit het woord “daartoe” dat de enkele aanwezigheid van verdovende middelen – waaronder hennep in al zijn verschijningsvormen – ten behoeve van verkoop, aflevering of verstrekking de bevoegdheid verschaft tot sluiting. Teneinde een last onder bestuursdwang te kunnen opleggen is het niet vereist dat de verdovende middelen daadwerkelijk zijn verhandeld.
Lid 10: Bij toepassing van de bevoegdheid voortvloeiende uit artikel 13b Opiumwet wordt aansluiting gezocht bij de artikelen 2, 3, 10 en 11 Opiumwet en de Aanwijzing Opiumwet. Concreet betekent dit dat er sprake is van een overtreding in de zin van dit beleid bij een hoeveelheid softdrugs van meer dan 5 gram, meer dan 5 hennepplanten en bij een hoeveelheid harddrugs van meer dan 0,5 gram.
Lid 11: Conform de hierna volgende beleidsregels wordt zonder voorafgaande waarschuwing overgegaan tot sluiting van de woning/het lokaal indien er sprake is van een overtreding van artikel 13b Opiumwet en er sprake is van een meer dan geringe overschrijding van de gebruikershoeveelheid verdovende middelen (zie de in Lid 10 aangehaalde hoeveelheden die de Aanwijzing Opiumwet stelt). In het geval dat er sprake is van een geringe overschrijding van de gebruikershoeveelheid drugs, moeten er andere indicatoren zijn die wijzen op handel. Daarbij kan worden gedacht aan (niet limitatief):
Contacten van dealers en klanten in/vanuit een woning/lokaal (het totaal aan handelingen valt onder “verkoop”, ook al vinden levering en/of betaling elders plaats).
Verklaringen van klanten en/of drugskoeriers die met drugs zijn onderschept.
Aanwezigheid van handelsattributen.
Indicatoren van enige professionaliteit. De professionaliteit wordt afgemeten aan de attributen die wijzen op regelmatige handel in verdovende middelen, zoals weegschalen, grote hoeveelheden cash geld, verpakkings- en versnijdingsmaterialen etc. of attributen die wijzen op beroeps- of bedrijfsmatige teelt.
Antecedenten bij de eigenaar, bewoner of (ver)huurder.
Overlast gerelateerd aan drugs.
Overige feiten of omstandigheden die duiden op drugshandel in georganiseerd verband.
Lid 12: Een wijziging in de huursituatie wordt als niet ter zake doende beschouwd indien deze wordt aangebracht nadat het voornemen tot op opleggen van een last onder bestuursdwang is uitgegaan. De ratio hierachter is dat de verhuurder niet met het plaatsen van andere huurders onder de genoemde last kan uitkomen. Het is immers op dat moment nog steeds noodzakelijk de loop van en naar een dergelijk pand af te halen, het enkel plaatsen van nieuwe huurders leidt niet tot het voorkomen van herhaling van een met de Opiumwet strijdige situatie.
Lid 13: De burgemeester bevordert dat woningcorporaties in hun huurcontract bepalingen opnemen over het bereiden, verwerken, verkopen, afleveren of verstrekken van middelen als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet, waaronder mede begrepen hennepplanten.