De applicatiebeheerder BRP voorziet in:
een planning van periodieke gegevensverstrekking die op basis van autorisatiebesluiten worden gedaan;
het protocolleren van het gebruik van het systeem;
de communicatie bij storingen in hard- en software;
een bijdrage aan het oplossen van storingen binnen het toepassingssysteem;
maatregelen om de gevolgen van verkeerd uitgevoerde systematische verstrekkingen ongedaan te maken;
de bijhouding van een logboek waarin problemen, klachten en bijzondere gebeurtenissen worden bijgehouden;
de coördinatie van de werkzaamheden in geval van uitwijk;
de rechtstreekse toegang tot de basisadministratie persoonsgegevens van hiertoe bevoegde overheidsorganen;
de toekenning en schriftelijke vastlegging van de autorisaties die zijn toegekend voor gegevensverwerking en rechtstreekse toegang;
de logging van medewerkers die gegevens raadplegen of muteren;
melding van inbreuken op de informatiebeveiliging aan de informatiebeheerder BRP;
het evalueren van nieuwe versies van het toepassingssysteem, evenals het testen en evalueren van nieuwe apparatuur;
de beoordeling van de gevolgen van de installatie van nieuwe en of gewijzigde versies van het toepassingssysteem;
de voorlichting over de gevolgen van een nieuwe of gewijzigde versie van het toepassingssysteem;
de vormgeving en inhoud van documenten, die rechtstreeks aan de basisregistratie personen worden ontleend;
de afhandeling van verzoeken om managementgegevens.
Hoofdstuk 5
Artikel 15