Deze regeling is van toepassing op:
de ouder die een uitkering op ingevolge de Participatiewet (Pw), IOAW-, IOAZ- of Anw voor levensonderhoud ontvangt en gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in art. 7 lid 1 a van de Pw of art. 34 lid 1 a van de IOAW en IOAZ die de noodzaak tot kinderopvang met zich brengt. Onder een voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt tevens begrepen een voorziening gericht op verplichte inburgering welke niet door het college is aangeboden.
de ouder die een aanvullende Pw-, IOAW-, IOAZ- of Anw-uitkering ontvangt en daarnaast inkomsten uit arbeid heeft.
Ouders die in het berekeningsjaar de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt en scholing of een opleiding volgen met toepassing van artikel 16 of artikel 18, eerste en vierde lid, van de Pw algemene bijstand ontvangen of kunnen ontvangen.