Naar hoofdinhoud
1.. Het college verleent de tegemoetkoming aan een ouder als bedoeld in artikel 2 en met inachtneming van artikel 5 lid 1 alleen voor het aantal uren en de periode dat kinderopvang per kind, naar het oordeel van het college, redelijkerwijs noodzakelijk is. 2.. De tegemoetkoming wordt telkens verleend voor de duur van de opleiding, voorziening gericht op arbeidsinschakeling, of loonvormende arbeid, voor zover de opvang noodzakelijk wordt geacht. 3.. In afwijking van het tweede lid kan het college de tegemoetkoming voor de (resterende) periode van een kalenderjaar vaststellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel