Naar hoofdinhoud
1.. Er wordt een boete opgelegd ter hoogte van: 50% van het benadelingsbedrag indien vaststaat dat de belanghebbende heeft nagelaten wijzigingen van feiten en omstandigheden waarvan hij weet of redelijkerwijs kan en behoort te weten dat deze van belang zijn voor het recht op uitkering, tijdig en op voorgeschreven wijze te melden; 100% van het benadelingsbedrag indien er sprake is van opzet; 75% van het benadelingsbedrag indien er sprake is van grove schuld; 25% van het benadelingsbedrag indien er sprake is van verminderde verwijtbaarheid, waarbij de artikelen 29 en 30 in acht worden genomen. 2.. Indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht een eerdere onherroepelijke bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht, wordt een boete opgelegd ter hoogte van 150% van het percentage van het benadelingsbedrag genoemd in lid 1 onderdelen a tot en met d. 3.. De boete opgelegd met toepassing van lid 1 of lid 2 bedraagt maximaal: € 81.000,-- indien er sprake is van opzet; € 8.100,-- indien er geen sprake is van opzet.

Rechtspraak bij dit artikel