Naar hoofdinhoud
4.1 Participatieregeling Er kan van worden uitgegaan dat de ouders van schoolgaande kinderen noodzakelijke meerkosten hebben als gevolg van het feit dat die kinderen naar school gaan. Daarnaast kan er vanuit worden gegaan dat er noodzakelijke kosten gemaakt moeten worden om die kinderen maatschappelijk te laten participeren waardoor zij zich kunnen ontplooien en ontwikkelen. Om te voorkomen dat kinderen van minder draagkrachtige ouders belemmerd worden in hun ontwikkeling, kunnen de ouders eenmaal per jaar voor een bijdrage van maximaal € 210,-- per kind in aanmerking komen als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Er zijn schoolgaande kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar die deel uitmaken van het gezin; Het in aanmerking te nemen inkomen van de ouder(s) bedraagt maximaal 120% van de toepasselijke bijstandsnorm; Er is sprake van aantoonbare aan het kind toe te schrijven kosten die gepaard gaan met het volgen van onderwijs of maatschappelijke participatie, zoals culturele of sportieve activiteiten. Omdat de bijzondere bijstand kan worden verleend voor zowel (directe als indirecte) schoolkosten als kosten van maatschappelijke participatie, komt een breed scala van kosten in aanmerking voor vergoeding. Te denken valt onder andere aan: gymkleding, een luizencape, een rekenmachine en overige schoolbenodigdheden; aan lidmaatschap van sport-, muziek-, hobby-, ballet en toneelverenigingen, internetgebruik voor het maken van werkstukken en educatie in het algemeen, sportartikelen en sportkleding, museumbezoek en andere culturele activiteiten, deelname aan lessen en cursussen etc. Verplichting Bij toekenningsbeschikking wordt de verplichting opgelegd om bewijsstukken/ aankoopbewijzen waaruit blijkt dat de bijzondere bijstand is aangewend voor het doel waarvoor het is verstrekt, gedurende twee jaar te bewaren. 4.2 PC Project Voor kinderen die deelnemen aan het primair en voortgezet onderwijs is een Personal Computer (PC) een onmisbaar apparaat. Indien in een gezin geen computer aanwezig is, kan er vanuit worden gegaan dat de aanschaf daarvan noodzakelijk is. Indien in een gezin wel een computer aanwezig is, maar het apparaat ouder is dan 5 jaar, kan er vanuit worden gegaan dat vervanging noodzakelijk is. Om te voorkomen dat kinderen van minder draagkrachtige ouders worden belemmerd in hun educatieve ontwikkeling kan bijzondere bijstand ter hoogte van maximaal € 409,-- om niet worden verstrekt voor de aanschaf van een computer met toebehoren indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Er zijn schoolgaande kinderen in de leeftijd van 8 tot 18 jaar die deel uitmaken van het gezin. Het in aanmerking te nemen inkomen van de ouder(s) bedraagt maximaal 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. In het gezin is geen computer aanwezig, of een computer die ouder is dan 5 jaar. De afgelopen 5 jaar is deze bijzondere bijstand niet eerder verstrekt. Er is een offerte overlegd die betrekking heeft op de nieuw aan te schaffen computer met toebehoren. Verplichting Bij toekenningsbeschikking wordt de verplichting opgelegd om binnen 8 weken na toekenning bewijs te overleggen waaruit blijkt dat de bijzondere bijstand is aangewend voor het doel waarvoor het is verstrekt. 4.3 Excursies en werkweken voortgezet onderwijs De kosten van excursies en werkweken van schoolgaande kinderen behoren tot de indirecte schoolkosten die geacht worden te kunnen worden voldaan uit een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm en, indien men daarvoor in aanmerking komt, de bijdrage in het kader van de Participatieregeling. Echter; om uitsluiting van kinderen van minder draagkrachtige ouders te voorkomen is, indien de kosten een bepaalde grens overschrijden, een eenmalige bijdrage van maximaal € 200,-- per jaar per kind mogelijk als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Er zijn schoolgaande kinderen in de leeftijd tot 18 jaar die deelnemen aan het voortgezet onderwijs en deel uitmaken van het gezin. Het in aanmerking te nemen inkomen van de ouder(s) bedraagt maximaal 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. De kosten bedragen tenminste € 50,--. De school hanteert geen vrijstellingsregeling inzake betaling van deze kosten. Er is bewijs overlegd omtrent de hoogte van de kosten. De hoogte van de bijzondere bijstand voor excursies en werkweken in het voortgezet onderwijs is gelijk aan de werkelijke kosten tot maximaal € 200,--. 4.4 Reiskosten wegens bijzondere omstandigheden (bij Wtos1 ) De reiskosten van schoolgaande kinderen behoren tot de indirecte schoolkosten die geacht worden te kunnen worden voldaan uit een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm en het Kindgebonden Budget. In het Kindgebonden Budget is een tegemoetkoming opgenomen voor leerlingen tot 18 jaar die deelnemen aan het bekostigd onderwijs. Met betrekking tot reiskosten dient deze tegemoetkoming als voorliggende voorziening te worden aangemerkt. Voor leerlingen in de leeftijd tot 18 jaar die geen volledig en rechtstreeks bekostigd onderwijs volgen of beroepsonderwijs volgen, voorziet de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos) in tegemoetkomingen. Op grond van hoofdstuk 3 van de Wtos kan aan ouders van genoemde leerlingen een zogeheten 'tegemoetkoming ouders' worden verleend. De CRvB heeft specifiek voor deze groep leerlingen uitgemaakt dat de Wtos niet kan worden aangemerkt als een toereikende en passende voorliggende voorziening voor de reiskosten, omdat de wetgever mede vanuit budgettaire overwegingen heeft gekozen voor een forfaitaire benadering in plaats van een benadering die maatwerk levert. Er kan dan ook in aanvulling op de Wtos bijzondere bijstand worden verstrekt voor reiskosten indien er sprake is van bijzondere omstandigheden. Samenvattend: er kan bijzondere bijstand worden verstrekt indien: de ouders een Wtos-tegemoetkoming ontvangen, en; er wegens bijzondere omstandigheden meerkosten voor het reizen zijn Het betreft een vorm van 'gewone' individuele bijzondere bijstand waarop de standaard draagkrachtmethode en alle overige regels van toepassing zijn. De bijzondere bijstand wordt in beginsel om niet verstrekt. [1] Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten 4.5 Overgangsregeling (geldig van 1-1-2018 t/m 31-12-2018 ) Indien een ouder in 2017 gebruik heeft gemaakt van de participatieregeling en ook in 2018 nog voldoet aan de voorwaarden hiervoor, kan gedurende het kalenderjaar 2018 nog aanspraak worden gemaakt op een bedrag van maximaal €300,- per kind”. Indien een ouder in 2017 aanspraak kon maken op de PC regeling maar pas in 2018 gebruik gaat maken van deze regeling wordt in 2018 nog een eenmalig een maximum vergoeding van € 500,- verstrekt. 4.6 Jeugdsportfonds, Jeugdcultuurfonds en Stichting Leergeld Vanaf 2018 kunnen kinderen gebruik maken van het Jeugdsportfonds en het Jeugdcultuurfonds indien het in aanmerking te nemen inkomen van de ouder(s) maximaal 120% van de toepasselijke bijstandsnorm is. Daarbij geldt dat kinderen gelijktijdig gebruik mogen maken van zowel Jeugdsportfonds als het Jeugdcultuurfonds. Aanvragen kunnen ingediend worden bij een intermediair die samenwerkt met het Jeugdsportfonds dan wel het Jeugdcultuurfonds Het Jeugdsportfonds en Jeugdcultuurfonds worden aangemerkt als voorliggende voorzieningen. Dit betekent dat een vergoeding op grond van de Participatieregeling slechts mogelijk is indien deze kosten niet vanuit het Jeugdsportfonds of het Jeugdcultuurfonds kunnen worden vergoed. Indien de kosten aantoonbaar niet volledig vanuit deze fondsen worden vergoed, is het mogelijk een beroep te doen op de Participatieregeling voor de aanvullende noodzakelijke kosten. 4.7 Stichting Leergeld Stichting leergeld verleent lokaal steun aan schoolgaande kinderen van 4 tot 18 jaar die vanwege armoede onvoldoende kunnen deelnemen aan schoolse en/of buitenschoolse activiteiten. De steun kan variëren van een gift, renteloze lening of een voorschot. Stichting leergeld hanteert eigen voorwaarden, de belangrijkste zijn: De ouder(s) hebben een inkomen van maximaal 120% van de toepasselijke bijstandsnorm Er zijn geen voorliggende voorzieningen, zoals minimabeleid of bijzondere bijstand De ouders hebben geen enkele financiële ruimte om de kosten zelf te betalen De ondersteuning duurt maximaal 3 jaar met een maximum van € 350,- per kind per jaar Stichting Leergeld geldt niet als voorliggende voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel