Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Overgangsrecht

Onderdeel van Legesverordening 2017

De Legesverordening 2016, vastgesteld bij raadsbesluit van 3 november 2015, nr. 15INT02082, gewijzigd bij respectievelijk collegebesluit van 15 december 2015, nr. 15INT04253, en raadsbesluit van 8 maart 2016, nr. 16INT00338, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, derde lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten: die zich vóór die datum hebben voorgedaan; waarop de Wet ruimtelijke ordening of de Woningwet zoals deze luidden voor inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht nog moeten worden toegepast, met dien verstande dat de van toepassing zijnde tarieven worden verhoogd met 7,2546%, waarbij de uitkomst rekenkundig wordt afgerond op twee decimalen. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, derde lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt. Indien het voorstel van Rijkswet tot wijziging van de Paspoortwet in verband met het van rechtswege laten vervallen van reisdocumenten van personen aan wie een uitreisverbod is opgelegd (Kamerstukken I 2015/2016, 34358 (R2065), nr. A), tot wet is of wordt verheven en artikel I van die wet in werking treedt, wordt in artikel 2, onder vernummering van de bestaande tekst tot eerste lid, een tweede lid toegevoegd, luidende: Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon. Indien artikel 10.8 onderdeel B, van de Wet natuurbescherming in werking treedt, worden de onderdelen 2.3.8 en 2.3.9 van de bij deze verordening behorende tarieventabel vervangen door: 2.3.8 Projecten of handeling in het kader van de Wet natuurbescherming (bescherming van een Natura 2000-gebied) 2.3.8.1 Indien de aanvraag tot een verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een project of een verrichting van een andere handeling als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder j, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk, indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door of vanwege het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.8.2 Indien een begroting als bedoeld in subonderdeel 2.3.8.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.3.9 Handelingen in het kader van de Wet natuurbescherming (bescherming van soorten) 2.3.9.1 Indien de aanvraag tot een verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een handeling als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder k, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk, indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door of vanwege het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.9.2 Indien een begroting als bedoeld in subonderdeel 2.3.9.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. De op grond van het vierde lid vervangen onderdelen blijven van toepassing op de belastbare feiten die zich voor de in artikel 13, vierde lid, onder b, bedoelde datum van ingang van de heffing hebben voorgedaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel