De budgethouder besteedt het pgb voor hulpmiddelen en woningaanpassingen binnen zes maanden na toekenning ten behoeve van het doel waarvoor het is verstrekt, tenzij het college schriftelijk heeft ingestemd met een langere periode.
De budgethouder besteedt het pgb uitsluitend aan een passende maatwerkvoorziening en de daarmee gepaard gaande noodzakelijke kosten.
Onder de met de voorziening gepaard gaande noodzakelijke kosten als bedoeld in het tweede lid kan in ieder geval worden verstaan: alle bijkomende kosten voor zorgverleners, waaronder werkgeverslasten voor zorgverleners met een arbeidsovereenkomst, en wettelijk toegestane vergoedingen. Bij wettelijke vergoedingen gaat het onder meer om reiskostenvergoedingen, verlofregelingen en pensioenvoorzieningen.
Onder de met de voorziening gepaard gaande noodzakelijke kosten als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval niet verstaan:
kosten voor bemiddeling;
kosten voor het uitvoeren van de taken behorende bij een pgb;
kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb;
contributie voor het lidmaatschap van Per Saldo;
kosten voor het volgen van opleidingen dan wel bestellen van informatiemateriaal over het pgb;
ondersteuning ingekocht buiten EU-landen;
kosten voor het betalen van de bijdrage in de kosten.
Budgethouders mogen het pgb maximaal 13 kalenderweken per jaar besteden aan maatschappelijke ondersteuning buiten Nederland, mits:
de maatschappelijke ondersteuning ingekocht wordt in een land dat onderdeel uitmaakt van de Europese Unie;
de in te kopen maatschappelijke ondersteuning voldoet aan de kwaliteitseisen van artikel 2.3.6, tweede lid, aanhef en onderdeel c van de wet; en
het college hiervoor toestemming heeft verleend.
HOOFDSTUK 2
Artikel 6
Besteding pgb
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Hellendoorn 2017