In het gehele beheergebied van de gemeente geldt bij plaatsbepaling van kabels en leidingen als uitgangspunt de NEN 7171-1 en voor nieuwbouw het gemeentelijk normprofiel (zie bijlage 1). De netbeheerder stemt zijn werkzaamheden af conform het gestelde in de NPR 7171-2.
Bij het bepalen van een tracé dient te allen tijde rekening te worden gehouden met aanwezige objecten zoals langsliggende dan wel kruisende wegen, spoorwegen, waterlopen, voetpaden, kademuren, viaducten, tunnels, naastliggende kabels en leidingen, bomen, gebouwen en lijnafwatering. Buiten de bebouwde kom wordt voor CAI- en telecommunicatiekabels een diepteligging van 0,40 m in beginsel toegestaan, indien de netbeheerder kan aantonen dat dit niet in strijd is met de uitgangspunten en functionele eisen als bedoeld in de NEN 7171-1.