Lid 1.
De persoon, aan wie een maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget is verleend, is een bijdrage verschuldigd.
Lid 2.
Het bepaalde in het voorgaande lid blijft buiten toepassing als:
de maatwerkvoorziening bestaat uit een rolstoel;
het een maatwerkvoorziening betreft in gemeenschappelijke ruimten van wooncomplexen;
de maatwerkvoorziening, een hulpmiddel is voor een belanghebbende jonger dan 18 jaar.
Lid 3.1
De hoogte van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1, lid 1 van het Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015, zoals jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en bedraagt nooit meer dan:
de kostprijs van de maatwerkvoorziening in natura;
de hoogte van het persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening;
Lid 3.2
De hoogte van de bijdrage op het persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening
begeleiding en dagbesteding is maximaal 53% van het verstrekte (jaar)budget;.
Huishoudelijke ondersteuning is maximaal 100% van het verstrekte (jaar)budget;
beschermd wonen is maximaal 40% van het verstrekte (jaar)budget.
Lid 4.
De termijn van de inning van bijdrage voor een maatwerkvoorziening is:
gelijk aan de verstrekkingsduur van een maatwerkvoorziening in natura, anders dan in eigendom;
gelijk aan de verstrekkingsduur van een periodiek persoonsgebonden budget;
gelijk aan de termijn tot de kostprijs van de voorziening is betaald, die in de toekenningsbeschikking van het persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening is vermeld.
Lid 5.
De inning van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening stopt te allen tijde bij het overlijden van belanghebbende of bij beëindiging van de maatwerkvoorziening.
Artikel 11.