Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Verplichting

Onderdeel van Haven Afvalstoffen Plan 2016

In 1986 is in Nederland de Wet voorkoming verontreiniging door schepen (Wvvs) van kracht geworden. Met deze wet voldoet Nederland aan de verplichtingen die voortkomen uit het Marpolverdrag. De Wvvs bevat ondermeer een verbod op het lozen van schadelijke stoffen door schepen en een verplichting voor havenbeheerders om te zorgen voor voldoende voorzieningen voor het in ontvangst nemen van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen van schepen. Een en ander is nader uitgewerkt in een aantal AMvB’s en ministeriële regelingen. Op 28 december 2002 is de Richtlijn nr. 2000/59/EG betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van kracht geworden. Deze richtlijn is opgesteld met als doel: het tegengaan van de mariene vervuiling door afvalstoffen afkomstig van zeeschepen. De implementatie van Richtlijn 2000/59, welke op 15 oktober 2004 in werking is getreden vindt plaats door een aanpassing van de Wvvs, welke op 15 oktober 2004 in werking is getreden (en herzien in 2007). Door middel van deze wijziging worden regels met betrekking tot havenontvangst-voorzieningen voor scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen in de wet opgenomen. In artikel 6 lid 3, 4 en 5 van de Wvvs wordt het opstellen van een Haven Afvalstoffen Plan (HAP) voorgeschreven. Het artikel luidt als volgt: Artikel 6 lid 3, 4 en 5 – Wvvs De havenbeheerder stelt, na overleg met de betrokken partijen, in het bijzonder de havengebruikers, voor een termijn van ten hoogste drie jaar, een passend plan voor ontvangst en verwerking van scheepsafval en de in het eerste lid bedoelde andere stoffen vast. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven met betrekking tot de inhoud, de wijze van vaststelling, de aanbieding aan het met de goedkeuring belaste bestuursorgaan en de bekendmaking van het havenafvalplan. Twee of meer havenbeheerders kunnen gezamenlijk een havenafvalplan als bedoeld in het derde lid vaststellen, mits daarin de behoefte aan en de beschikbaarheid van havenontvangstvoorzieningen voor elke haven apart worden vermeld, onverminderd het bepaalde bij en krachtens het derde lid. Hethavenafvalplan behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat aan het plan goedkeuring wordt verleend dan wel onthouden door een bij die maatregel aangewezen ander bestuursorgaan. Daarnaast is op basis van de EU-richtlijn 2010/65 de Regeling meldingen en communicatie scheepvaart (RMCS) van kracht geworden. Hiermee wordt in Nederland uitvoering gegeven aan de inrichting van een nationaal Maritime Single Window (MSW) voor elektronische meldingen rondom scheepsbezoeken aan Nederlandse zeehavens. In de loop van 2016 wordt dit MSW operationeel en vervangt bestaande lokale meldingsprocedures. Het betreffende artikel uit het RMCS luidt als volgt: Artikel 6 RMCS Van een schip als bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen worden aan de havenbeheerder, bedoeld in artikel 1 juncto artikel 6 van die wet, van de haven waarnaar toe het schip onderweg is en die wordt genoemd in de bijlage bij artikel 10 van de Regeling havenontvangstvoorzieningen, de gegevens gemeld die worden genoemd in bijlage II van de richtlijn havenontvangstvoorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel