Naar hoofdinhoud
De criteria in dit artikel dienen als overwegingskader voor het nemen van een besluit. Het eerste lid verwijst naar de doelstelling van de subsidie (zie de toelichting op artikel 1). Het tweede lid stelt dat de aanvraag relatief kleinschalig moet zijn. De achterliggende gedachte hierbij is dat alleen bij relatief kleinschalige activiteiten bewoners uit dezelfde straat of buurt elkaar beter kunnen leren kennen. Om die reden zijn ook de grote evenementen die onder de beleidsregel subsidiëring evenementen vallen in lid 3 uitgezonderd van subsidiëring. Bij die evenementen staat het evenement en de bijdrage daarvan voor de stad centraal, en niet (of veel minder) de bijdrage aan de sociale samenhang tussen bewoners. In lid 4 is ten slotte opgenomen dat er voor het aanbrengen van voorzieningen in de openbare ruimte voldoende draagvlak dient te bestaan in de omgeving. Denk bijvoorbeeld aan een speelvoorziening of hondenuitlaatplaats. De ervaring leert dat er binnen een buurt soms heel verschillend gedacht wordt over zo’n voorziening. De gemeente wil dat bewoners nader tot elkaar komen door samen aan zo’n voorziening te werken. Het is niet de bedoeling dat een nieuwe voorziening verdeeldheid zaait in een buurt. Of er voldoende draagvlak is voor een voorziening is uiteindelijk aan het college, dat zich daarbij laat adviseren door de regiegroep. De gebiedsregisseur kan onderzoek doen naar het draagvlak voor een voorziening en hierover met de aanvrager in gesprek gaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel