1. Bijstand kan verleend worden aan erfgenamen en bloed- en aanverwanten die krachtens de artikelen 392-396 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek tot onderhoud van de overledene verplicht zouden zijn geweest, voor zover de uitvaartkosten niet uit de nalatenschap voldaan kunnen worden en de erfgenaam of bloed-/aanverwante niet over voldoende middelen beschikt om (zijn aandeel) in de kosten te voldoen.
2. De volgende kosten kunnen als noodzakelijk aangemerkt worden:
a. delven van een graf;
b. grafrechten (minimale termijn);
c. kist, hoes en verzorging overledene;
d. uitvaartdienst;
e. rouwwagen;
f. dragers, vervoerskosten dragers;
g. opbaren in rouwkamer;
h. vervoer overledene;
i. ondernemersloon;
j. 50 rouwbrieven inclusief porto;
k. bidprentjes;
l. uittreksel overlijdensregister;
m. kosten van cremeren inclusief bijzetting van as in een algemene ruimte.
3. Als niet noodzakelijke kosten kunnen worden beschouwd:
a. rouwadvertentie;
b. meerkosten die voortvloeien uit culturele en religieuze achtergrond;
c. koffietafel, bloemen, grafsteen, volgauto's etc.
4. De in aanmerking komende noodzakelijke kosten worden vergoed tot een maximum gelijk aan de normen voor de afzonderlijke kosten zoals benoemd in de Nibud prijzengids.
HOOFDSTUK 6
Artikel 22