1. Deze regeling wordt aangehaald als “beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Heerlen 2017”
2. Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2017 onder intrekking van de beleidsregel individuele bijzondere bijstand gemeente Heerlen 2015, eerste wijziging.
Aldus besloten tijdens de vergadering van het college van burgemeester en wethouders der gemeente Heerlen van 20 december 2016.
Algemene toelichting
In deze beleidsregel worden beleidsuitgangspunten vastgelegd. Deze hebben
betrekking op zowel bijzondere bijstand op basis van artikel 35 de Participatiewet als bovenwettelijk gemeentelijk begunstigend gemeentelijk beleid.
Criteria die bij de beoordeling van bijzondere bijstand beoordeeld worden
zijn:
• Is er sprake van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende
noodzakelijke kosten ?
• Kunnen de kosten niet uit eigen inkomen/vermogen betaald worden ?
• Was het wel/niet mogelijk om voor de kosten te reserveren ?
• Kunnen de kosten uit oogpunt van solidariteit en armoedebestrijding
in redelijkheid (gedeeltelijk) voor rekening van belanghebbende
komen ?
• Is er een voorziening waarop de belanghebbende of het gezin
aanspraak kan maken ter bekostiging van de kosten ?
Bijzondere bijstand is alleen mogelijk als:
a. een adequate voorliggende voorziening ontbreekt of;
b. er sprake is van noodzakelijke kosten die door bijzondere
omstandigheden veroorzaakt zijn of worden en die volgens het
oordeel van het college niet betaald kunnen worden uit het
(gezins-) inkomen en vermogen en;
c. er gekozen is voor een adequate voorziening;
Van de kosten waarop de aanvraag betrekking heeft dienen nota's
overgelegd te worden en offertes mogen niet ouder dan 1 maand zijn.
Tenzij anders vermeld zijn de draagkrachtregels van artikel 3 van deze beleidsregel van toepassing.
Artikelsgewijze toelichting
(Alleen artikelen waarbij een toelichting noodzakelijk is, zijn opgenomen)
HOOFDSTUK 1 Algemene richtlijnen
Artikel 3 Draagkracht
Lid 1
De gekozen formulering kan op twee manieren worden geïnterpreteerd:
De kosten doen zich voor als de behandeling heeft plaatsgevonden (b.v. bij medische kosten en bij bewindvoerders de periode dat de bewindvoerder zijn tarief al van de rekening heeft afgeschreven).
De kosten doen zich voor als een rekening wordt verstuurd (datum nota).
Lid 2
Door de introductie van de kostendelersnorm ingaande 1 januari 2015
zouden veel mensen die nu recht op bijzondere bijstand hebben dat niet
meer hebben, aangezien de kostendelersnorm lager is. Dat willen we niet.
Daarom is gezocht naar een systematiek die zoveel mogelijk bestaande
rechten respecteert. Dat doen we door bij de vaststelling van de draagkracht géén rekening te houden met de kostendelersnorm, maar uit te gaan van de “reguliere normen” uit artikel 20 t/m 23 van de Participatiewet.
Daarnaast wordt de draagkracht per 1 januari 2017 voor de individuele bijzondere bijstand voor de kosten niet voor direct levensonderhoud uitgedrukt in een percentage van de op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm, namelijk: 120%. Dit percentage is afgestemd op de draagkrachtnormen van Stichting Leergeld, zodat er voor de kindregelingen uit het Kindpakket (bestaande uit zowel regelingen van Stichting Leergeld als de gemeente Heerlen) eenzelfde toegankelijkheid bestaat.
Lid 3
Het is gemeentelijk beleid of bij de vaststelling van het netto-inkomen rekening wordt gehouden met het recht op vakantietoeslag over dat inkomen en zo ja, op welke wijze de hoogte van de vakantietoeslag wordt bepaald. Echter: ook indien de gemeente ervoor heeft gekozen om bij de berekening van het in aanmerking te nemen inkomen de vakantietoeslag buiten beschouwing te laten geldt dat het inkomen moet worden afgezet tegen de bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag. Daarom is gekozen om het
inkomen te nemen inclusief vakantiegeld. Indien bij de uitvoering het vakantiegeld niet bekend is, word in het kader van een efficiënte uitvoering een vast percentage aangehouden.
Lid 5
De draagkracht is 100% van het in aanmerking te nemen inkomen als genoemd in artikel 31 Participatiewet bij de kosten voor direct levensonderhoud en geldt voor de volgende kostensoorten:
• Aanvullende bijzondere bijstand voor jongeren <21 jaar;
• Bijzondere bijstand inrichtingsnorm voor jongeren < 21 jaar;
• Woonkostentoeslag
• Doorbetaling vaste lasten bij verblijf in een inrichting
• Overbruggingsuitkering
• Toeslag voormalig alleenstaand ouder
Lid 6
Alle inkomen boven het bedrag als bedoeld in het 2e lid van dit artikel wordt in aanmerking genomen als draagkracht.
Lid 9
Bij een belanghebbende ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling op grond van de WSNP is uitgesproken mag het college enkel de draagkracht berekenen over middelen waarover de belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft (CRvB 01-02-2005, nr. 02/93 NABW). De CRvB neemt hierbij als uitgangspunt dat dit slechts de middelen betreft die op de voet van artikel 295 lid 2 Faillissementswet buiten de boedel worden gelaten. Aangezien dit in de praktijk neerkomt op 90% van de bijstandsnorm,
betekent dit dat er in het algemeen geen draagkracht bestaat bij een belanghebbende ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling van toepassing is. Dit is tevens van toepassing op mensen die in een minnelijk schuldhulpverleningstraject zitten, omdat zij de facto in een zelfde inkomenspositie verkeren.
Lid 11
Bij een periodieke verstrekking over een kortere periode dan 12 maanden wordt de draagkracht slechts verrekend over de maanden waarover de bijzondere bijstand wordt toegekend. De draagkracht over de overige maanden van dat betreffende jaar blijft buiten beschouwing.
Lid 12
Een vastgestelde draagkracht kan gedurende het jaar gewijzigd worden bij een naar het oordeel van het college ingrijpende wijziging in de financiële omstandigheden. De om deze reden gewijzigde draagkracht heeft geen gevolgen voor de reeds uitbetaalde bijzondere bijstand in dat kalenderjaar
tenzij er sprake is van schending inlichtingenplicht op grond van artikel 17 van de Participatiewet.
HOOFDSTUK 2 Zorg- en reiskosten
Algemeen
Een samenwerkingsverband van 19 Zuid-Limburgse gemeenten ( Beek, Brunssum, Onderbanken, Landgraaf, Heerlen, Kerkrade, Nuth, Simpelveld, Voerendaal, Maastricht, Eijsden, Gulpen-Wittem, Margraten, Meerssen, Vaals, Schinnen, Sittard-Geleen, Stein en Valkenburg aan de Geul, biedt aan
inwoners met een laag inkomen de mogelijkheid om deel te nemen aan een collectieve zorgverzekering. De huidige collectieve zorgverzekeraar is VGZ. De collectieve zorgverzekering bestaat uit één integraal pakket van basisverzekering en aanvullende verzekering. Deelnemers hebben hierin geen keuze.
Onder ‘laag inkomen’ wordt verstaan een inkomen tot 150% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Artikel 5 Medische kosten
Lid 1
Hiermee wordt bedoeld dat de mogelijke vergoeding op grond van de collectieve ziektekostenverzekering leidend is. We verstrekken geen bijzondere bijstand als de collectieve ziektekostenverzekeraar een volledige vergoeding voor de kosten kent, zulks ongeacht of mensen al dan niet deelnemen aan de collectieve ziektekostenverzekering of bij een andere ziektekostenverzekeraar verzekerd zijn. Als iemand bijvoorbeeld bij CZ verzekerd is en deze verzekeraar kent een lagere vergoeding, dan wordt voor het verschil geen bijzondere bijstand verleend.
Lid 3
De collectieve ziektekostenverzekeraar vergoedt niet alles (volledig). In dat geval wijzen we niet ondermeer af. De Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Zorgverzekeringswet (Zvw) gelden als voorliggende, toereikende en passende voorziening.
We voeren bovenwettelijk begunstigend beleid, gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
• we gaan uit van de vergoeding van de collectieve ziektekostenverzekering;
• het moet gaan om reguliere geneeskunde c.q. een erkende behandeling;
• de kosten moeten in Nederland opkomen;
• er moet sprake zijn van een gebruikelijk kostenniveau;
• er moet sprake zijn van een aantoonbare medische noodzaak;
• de kosten kunnen niet uit eigen inkomen/vermogen betaald worden;
• reserveren was niet mogelijk.
Lid 3 sub a Zelfzorgmiddelen
Onder zelfzorgmiddelen vallen zowel zelfzorggeneesmiddelen als andere medische zelfzorgmiddelen. Een zelfzorgmedicijn of zelfzorggeneesmiddel is een eenvoudig medicijn dat zonder recept verkrijgbaar is, zoals pijnstillers, hoestdranken, neusdruppels, anti-diarreemiddelen, anti-wagenziekte,
smeermiddelen tegen spierpijn of pijn na kneuzingen. Voorbeelden zijn paracetamol, ibuprofen, aspirine, trachitol, antimycotica en antacida. Naast zelfzorggeneesmiddelen zijn er ook andere medische zelfzorgmiddelen, zoals apparatuur om de bloeddruk te meten, thermometers etc. . Deze kosten komen niet voor vergoeding via de bijzondere bijstand in aanmerking.
Lid 3 sub b Reguliere geneeskunde
Bijzondere bijstand is enkel mogelijk voor wetenschappelijk aanvaarde behandelingen waarvoor algemeen aanvaard wetenschappelijk bewijs van geneeskundige effectiviteit geleverd is. De kosten van alternatieve en experimentele geneeswijzen alsmede kwakzalverij komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Lid 3 sub c Behandeling in Nederland
De Bijstand is gebaseerd op het territorialiteitsbeginsel. Dat betekent dat geen vergoeding mogelijk is voor kosten die buiten Nederland gemaakt worden. Alleen wegens zeer dringende redenen kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. Er moet dan sprake zijn van een acute noodsituatie.
Lid 3 sub d uitgesloten van verzekering
De Rijksoverheid beslist wat er in het basispakket zit en zorgverzekeraars bepalen wat er in de aanvullende verzekering zit. Als kosten onder beide zijn uitgesloten vindt er ook geen vergoeding via de bijzondere bijstand verstrekt. Een bekend voorbeeld van dergelijke niet voor vergoeding in aanmerking
komende kosten zijn maagzuurremmers en benzodiazepinen (slaap- en kalmeringsmiddelen).
Maar bijvoorbeeld ook Ivf-behandelingen boven een bepaalde leeftijd.
Artikel 6 Additionele kosten uit medische noodzaak
Lid 3
Als de noodzaak voor een maaltijdvoorziening vast staat komen wij tegemoet in de kosten. Ingewikkelde berekeningen of de declaratie van maaltijden kunnen we eenvoudiger tegemoetkomen met een vast bedrag per maand.
Artikel 7 Eigen bijdrage Wmo Bijzondere afspraak met het CAK Het CAK en de gemeente Heerlen hebben afgesproken per 1-1-2009 met betrekking tot de eigen bijdrage WMO voorzieningen zoveel mogelijk met
gesloten beurs te werken. Dit houdt in dat het CAK belanghebbende met een peiljaarinkomen beneden de van toepassing zijnde inkomensgrens geen eigen bijdrage in rekening brengt. De gemeente hoeft in deze gevallen geen bijzondere bijstand te verstrekken.
Uitzonderingen op de afspraak met het CAK In de eerste helft van 2010 bleek dat in een aantal gevallen het gesloten beurs systeem niet werkt en belanghebbende toch een rekening van het CAK ontvangt, bijvoorbeeld:
• Alleenstaande ouders
Gebleken is dat het CAK het inkomen van alleenstaande ouders toetst aan de inkomensgrens voor alleenstaanden. Dit omdat in de rekenregels van het CAK inwonende kinderen buiten beschouwing blijven bij het beoordelen van de gezinssituatie.
Het gevolg is dat aan alleenstaande ouders wél rekeningen over de te betalen eigen bijdrage worden toegestuurd. De aanvraag bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage van alleenstaande ouders komt voor vergoeding in aanmerking.
Artikel 8 Reiskosten
Lid 1 onderdeel d
Een hogere bezoekfrequentie is mogelijk bij bijzondere omstandigheden. De indicatie voor een hogere bezoekfrequenties kan blijken uit een verklaring van bijvoorbeeld specialist, GGD of uit het feit dat iemand een vervoersvoorziening vanuit de WMO heeft, (bijvoorbeeld indien diegene die in het ziekenhuis ligt stervende is).
HOOFDSTUK 3 Woonkosten
Artikel 9 Vorm bijzondere bijstand woonkosten
• Een lening bij de Kredietbank is een voorliggende voorziening en de hoogte van de borgstelling wordt vastgesteld door het college.
• Als de bijstand in de vorm van een geldlening of borgstelling wordt verstrekt dient belanghebbende toestemming te geven voor inhouding van de aflossing op de periodieke uitkering. Onnodige instroom van vorderingen moeten worden voorkomen. Bij de vaststelling van spoor 1 (2007/11804) is ingestemd dat de gemeente alleen nog leningen verstrekt wanneer ook daadwerkelijk sprake is van een terugbetalingscapaciteit. Wanneer dit niet mogelijk is dan wordt er of geen lening verstrekt of vindt een verstrekking "om niet" plaats(zonder terugbetaling). Een van de verplichtingen die hierbij opgelegd wordt is: "melden bij het Centraal Loket Schuldhulpverlening". De praktijk wijst uit dat belanghebbenden zich inderdaad melden.
Om belanghebbenden zonder afloscapaciteit toch te motiveren om deel te nemen aan een traject schuldhulpverlening ( indien een aanvraag bijzondere bijstand wordt ingediend voor: Waarborgsom of inrichtingskosten).
De bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening verstrekt en wordt de volgende aanvullende verplichting opgelegd: Op grond van artikel 55 Participatiewet wordt aan u de aanvullende
verplichting opgelegd, dat u uw volledige medewerking dient te verlenen aan het schuldhulpverleningstraject bij het CLSH. Indien u aan deze verplichting voldoet, kunt u samen met de medewerkster van het CLSH bij het college een schriftelijk verzoek indienen om de leenbijstand om te zetten in bijstand om niet.
Jurisprudentie BW 6848 11/5127 CRvB
Weigering leenbijstand om te zetten in bijstand om niet. Gemeente Heerlen is destijds in het gelijk gesteld daar belanghebbende zich niet gehouden had aan de aanvullende verplichting, namelijk het meewerken aan het schuldhulpverleningstraject.
Artikel 10 Eerste maand huur en waarborgsom
Bij de beoordeling van de bijzondere bijstand dient onderzocht te worden of er sprake is van een noodzakelijke verhuizing. Hierbij moet gedacht worden aan de doelgroep asielzoekers die vanuit het asielzoekerscentrum geplaatst worden in Heerlen. Of bij verlatingen en er redelijkerwijs niet verlangd kan
worden dat de achtergebleven partner hiervoor had kunnen reserveren. De verstrekte bijstand dient te worden gebruikt voor het doel waarvoor hij verstrekt is. Indien hier niet aan voldaan wordt, wordt er een maatregel beoordeeld.
Artikel 11 Inrichtingskosten
Bij de beoordeling van de bijzondere bijstand dient onderzocht te worden of er sprake is van een noodzakelijke verhuizing. Om de noodzaak van de bijstand te kunnen vaststellen vindt er onderzoek
plaats naar:
1. Het gebruik van voorliggende voorzieningen
2. Dringende/ medische/sociale omstandigheden
3. Financiële aspecten
4. De woonsituatie van de aanvrager door middel van een huisbezoek De verstrekte bijstand dient te worden gebruikt voor het doel waarvoor hij verstrekt is. Indien hier niet aan voldaan wordt, wordt er een maatregel beoordeeld. Belanghebbende wordt door het college in eerste instantie verwezen naar Stichting Samen Delen. Indien de stichting het gevraagde niet voorradig heeft dan kan er een beroep gedaan worden op andere verstrekkers. Voor verdere instructies wordt verwezen naar de werkinstructie.
HOOFDSTUK 4 Rechtsbijstand en financiële hulpverlening
Artikel 12 Vaste lasten bij verblijf in een inrichting
Indien een belanghebbende verblijft in een inrichting is er geen bijzondere bijstand mogelijk voor schulden en belastingen.
Artikel 14 Eigen bijdrage rechtsbijstand
Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand voor zover een beroep kan worden gedaan op de volgende voorliggende voorzieningen:
a. Wet op de rechtsbijstand (WRB), belanghebbende kan met een laag inkomen in aanmerking komen voor een civiele toevoeging van een advocaat. De civiele toevoeging vindt slechts plaats als de Raad
voor de rechtsbijstand de procedure noodzakelijk acht.
b. Rechtsbijstandsverzekering;
c. Rechtshulp van het Juridisch Loket.
Rechtshulp van het Juridisch Loket is een voorliggende voorziening op de rechtsbijstand van een advocaat. Vanaf 1 januari 2012 wordt de eigen bijdrage rechtsbijstand voor een advocaat met
€ 51 verlaagd als hulpvrager eerst hulp heeft gevraagd bij het Juridisch Loket én die hulp heeft geleid tot een diagnosedocument.
Op grond van artikel 4 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand komen enkel de volgende kosten voor vergoeding in aanmerking:
- de eigen bijdrage die de rechtzoekende aan de rechtsbijstandverlener verschuldigd is
- griffierechten
- getuigen en deskundigen
- uittreksels uit de openbare registers
- internationaal telefoonverkeer
- rolverrichtingen in zaken die door de kantonrechter van de rechtbank worden behandeld.
Artikel 15 Budgetbeheer
Op basis van de door de gemeenteraad vastgestelde contourennota schuldhulpverlening geldt de KBL als passende en toereikende voorziening voor budgetbeheer. Deze bepaling geldt voor personen die op of na 1 juli 2013 onder budgetbeheer zijn gekomen, omdat op die datum effectuering heeft plaatsgevonden door aanpassing van de beleidsregel.
HOOFDSTUK 5 Jongeren- en woontoeslag
Artikel 18 Jongerentoeslag
Bijzondere bijstand voor algemeen noodzakelijke bestaanskosten van zelfstandig wonende jongeren van 18 tot 21 jaar wordt verleend als en voor zover:
a. Er sprake is van noodzakelijke kosten van het bestaan waarin niet kan worden voorzien door het delen van deze kosten met (een) ander(en);
b. voor de kosten geen beroep kan warden gedaan op de ouders, omdat:
• de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn; of
• de jongere redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken.
De jongere bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval geacht zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders redelijkerwijs niet te gelde te kunnen maken als:
a. de ouder(s) is/zijn overleden of;
b. de jongere in het kader van de Wet op de jeugdhulpverlening buiten het gezin is geplaatst;
c. de jongere op de ingangsdatum van de bijstandverlening 12 maanden of langer zelfstandig woont;
d. er sprake is van een acute crisissituatie, waarin door de minderjarige zelf geen verandering kan worden gebracht. Hiertoe dient een indicatie te worden gegeven door een hulpverlenende instantie.
Artikel 19 Woonkostentoeslag huurwoning
Woonkostentoeslag vult gaten op die de huurtoeslag laat vallen. Bedragen de woonkosten meer dan de maximale huurgrens, dan kan op grond van individuele omstandigheden overwogen worden om een (aanvullende) woonkostentoeslag te verlenen. In dit verband wordt in ieder geval aandacht besteed aan het betoonde besef van verantwoordelijkheid: was er reeds sprake van deze hoge woonkosten voordat men in bijstandsbehoeftige omstandigheden verkeerde, was de ontstane situatie te voorzien en dus te voorkomen? Daarnaast speelt de situatie op de lokale woningmarkt een rol. Als er aanleiding bestaat om een woonkostentoeslag te verstrekken, wordt de hoogte hiervan vastgesteld op het verschil tussen de vastgestelde woonkosten en de eigen bijdrage die verschuldigd zou zijn bij een huur gelijk aan de maximale huurgrens. De woonkostentoeslag wordt in dit geval toegekend voor de periode van maximaal 1 jaar.
Daarbij wordt de verplichting opgelegd om te zoeken naar goedkopere huisvesting. De periode waarover de woonkostentoeslag is toegekend kan na afloop tijdelijk worden verlengd als het nog niet beschikken over goedkopere woonruimte niet verwijtbaar is.
Artikel 20 Woonkostentoeslag eigendomswoning
Eigenaren van woningen hebben geen recht op huurtoeslag. Bij een laag inkomen en hoge woonkosten kunnen zij in aanmerking komen voor woonkostentoeslag. Bij bepaling van de hoogte hiervan wordt aangesloten bij de regels voor woonkostentoeslag aan huurders, dus het systeem van de WHT. Een verschil is echter dat woonkostentoeslag aan eigenaren jarenlang kan voortduren, terwijl huurders doorgaans doorschuiven naar de huurtoeslag.
De woonkosten van eigenaren die in aanmerking worden genomen zijn:
■ De rente die verband houdt met de woning.
Het gaat hier meestal om hypotheekrente. De jaarlijks te ontvangen rijkssubsidie die betrekking heeft op de verschuldigde hypotheekrente moet hierop in mindering worden gebracht.
■ Hypotheekrente voor leningen anders dan voor de woning, bijv. voor een auto of caravan, mogen niet worden meegeteld.
■ Zakelijke lasten in verband met het hebben van eigendom, zoals:
■ eigenaarsdeel rioolrechten;
■ eigenaarsdeel waterschapslasten;
■ eigenaarsdeel onroerende zaakbelasting (dus niet het gebruikersdeel).
Indien van toepassing:
• installatie centrale verwarming
• liftinstallatie
• algemeen beheer en administratie (bij flats en appartementen).
De aflossing van de hypotheek telt niet mee; dit geldt dus ook voor de premies van zogenaamde spaarhypotheken.
Artikel 21 Woonkostentoeslag doorgangshuis Blijf van mijn lijf
Personen die verblijven in een doorstroomhuis van de Stichting Blijf van mijn Lijf staan niet ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) op het adres van het doorstroomhuis. Zij kunnen daarom geen huurtoeslag claimen. Bijzondere bijstand voor woonkostentoeslag kan daarom op aanvraag worden verstrekt als aan alle andere voorwaarden voor het recht wordt voldaan.
HOOFDSTUK 6 Overige kostensoorten
Artikel 22 Uitvaartkosten
Lid 1
Uit een verklaring van de notaris blijkt of aanvrager een erfgenaam is. Als bij ongehuwd samenwonenden de kosten van de uitvaart niet uit voorliggende voorzieningen (bijvoorbeeld uitvaart-, levens- of ongevallenverzekering) kunnen worden betaald en de erfgenamen financiële medewerking weigeren, kan de overgebleven partner een aanvraag indienen voor bijzondere bijstand. Deze bijstand kan verhaald worden op de eventuele erfgenamen.
Lid 3
In zeer uitzonderlijke gevallen kan individualiserend worden bezien of een eenvoudig grafteken tot de noodzakelijke kosten gerekend kan worden. Daarbij dient uitgegaan te worden van de goedkoopste uitvoering. Afwijking van de vermelde posten (bijv. wel een volgauto) dient ook individualiserend te worden bekeken. Het maximumbedrag mag niet worden overschreden.
HOOFDSTUK 6
Artikel 25