1. Voor de persoon aan wie een maatwerkvoorziening is verstrekt, is de verschuldigde eigen bijdrage in de kosten niet hoger dan de kostprijs van de maatwerkvoorziening.
2. Voor een cliënt jonger dan achttien jaar wordt geen bijdrage in de kosten gehanteerd voor een maatwerkvoorziening, met uitzondering van een woningaanpassing, zoals bepaald in artikel 9 van de verordening, tweede lid en artikel 2.1.5 van de Wet.
3. Voor een cliënt van achttien jaar of ouder geldt een bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening, zolang hij van de voorziening gebruikt maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt , tenzij:
a. de persoon aan wie een maatwerkvoorziening is verstrekt of zijn echtgenoot een bijdrage ingevolge de artikelen 4 of 14 van het Bijdragebesluit Zorg verschuldigd is, of
b. het een maatwerkvoorziening in de vorm van een rolstoel of een collectief vervoersysteem betreft.
4. Geen bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening is verschuldigd indien het college, na advies van een instelling voor algemeen maatschappelijk werk, de Raad voor de Kinderbescherming of het AMHK, van oordeel is dat verschuldigdheid hiervan kan leiden tot mishandeling, verwaarlozing of ernstige schade voor op de opvoeding en ontwikkeling van een minderjarige, waarvan degene aan wie die maatwerkvoorziening is verstrekt de minderjarige of de ouder, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, is.
Hoofdstuk › Paragraaf 4.1
Artikel 39