Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening precariobelasting Maastricht 2017

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn op de laatste dag van de maand daarna. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso worden geïncasseerd, dat de aanslagen moeten worden betaald in 10 gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke van de volgende termijnen telkens een maand later. In afwijking van het eerste en tweede lid moet de precariobelasting worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending ervan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel