Het bestuursorgaan stelt voor elk onderwerp waarop participatie wordt verleend een procedure vast. Het bestuursorgaan maakt een gemotiveerde keuze uit de participatiecategorieën: informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren en (mee)beslissen.
De participatieprocedure bevat ten minste:
een omschrijving van het onderwerp van participatie, zoals bedoeld in artikel 2;
een aanduiding van de kring van belanghebbenden, zoals bedoeld in artikel 3;
het onderwerp waarop de participatie zich richt;
de vermelding van de ambtelijke en bestuurlijke portefeuillehouder van de participatie.
In aanvulling op het tweede lid bevat deze procedure voor zover mogelijk:
de randvoorwaarden, zoals bedoeld in artikel 1, aanhef en onder e;
de wijze van vormgeving van het participatieproces;
een tijdpad met termijnstelling;
een communicatie paragraaf;
een financiële paragraaf;
De wijze van besluitvorming.
De in de tweede en derde lid genoemde onderdelen worden opgenomen in de participatie/communicatieparagraaf als onderdeel van de startnotitie van het desbetreffende project.
Het bestuursorgaan kan de procedure wijzigen in die gevallen waarin de vaststelling van het beleidsvoornemen zulks vereist. Het bestuursorgaan geeft hiervan overeenkomstig het gestelde in artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht schriftelijk kennis.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Participatieprocedure
Onderdeel van Participatie en inspraakverordening Heerenveen 2016