Naar hoofdinhoud
1.. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb weigert het college de subsidie in ieder geval: als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 107, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard. 2.. Onverminderd het vorige lid kan het college de aanvraag voor subsidie in ieder geval weigeren indien: De activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate ten goede komen aan de gemeente of de inwoners van de gemeente; Activiteiten die naar het oordeel van het college, onvoldoende passen in het beleid van de gemeente; de activiteiten in strijd zijn met de wet, het algemeen belang, de openbare orde en goede zeden; de aanvrager niet beschikt over vergunning(en), indien deze voor de uitvoering van de activiteit vereist is (zijn); de activiteiten uitsluitend een partijpolitiek, godsdienstig of levensbeschouwelijk karakter hebben; in het beoogde doel of voorgenomen activiteit, naar het oordeel van het college, al op andere belangrijke mate is voorzien; de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteit te bekostigen. De aanvrager in relatie tot de gevraagde subsidie zelf geen substantiële bijdrage, zoals genoemd in artikel 5 lid 2 sub c en b, levert aan het realiseren van het gestelde doel;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel