Het faunabeheerplan bevat inzake de jacht minimaal de volgende gegevens:
een beschrijving van de samenhang tussen de jacht op de wildsoorten, het beheren van de populaties van deze soorten en het bestrijden van schade door deze soorten;
een omschrijving van de redelijke wildstand, als bedoeld in artikel 3.20, derde lid, van de wet alsmede een onderbouwing van de wijze waarop de jacht hieraan zal bijdragen; en
een overzicht van de gerealiseerde afschotgegevens, onderverdeeld naar diersoort, per wildbeheereenheid, in de 6 jaren voorafgaand aan de periode waarop het plan betrekking heeft.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.4