Naar hoofdinhoud
Het lidmaatschap van een wildbeheereenheid kan worden opgezegd wanneer het lid bij de uitvoering van handelingen als bedoeld in artikel 3.12, eerste lid, tweede volzin, van de wet handelt in strijd met de aan deze handelingen verbonden voorschriften, dit ter beoordeling van het bestuur van de wildbeheereenheid. In de statuten van de wildbeheereenheden wordt hiervoor een regeling getroffen. Door de gezamenlijke wildbeheereenheden wordt, in overeenstemming met het bestuur van de faunabeheereenheid en Gedeputeerde staten, een geschillenregeling vastgesteld voor geschillen die betrekking hebben op het lidmaatschap van een wildbeheereenheid. Geschillen als bedoeld in het tweede lid worden voorgelegd aan een geschillencommissie, welke bestaat uit een vertegenwoordiger namens: het bestuur van de desbetreffende wildbeheereenheid; het bestuur van de faunabeheereenheid; Gedeputeerde Staten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel