In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1, eerste tot en met vijfde lid, van de wet is het aan grondgebruikers toegestaan om de in bijlage I genoemde schadeveroorzakende dieren opzettelijk te doden op de door hen gebruikte gronden, dan wel in of aan door hen gebruikte opstallen, ter voorkoming van in het lopende of daarop volgende jaar dreigende schade op deze gronden, in of aan deze opstallen, of in het omringende gebied.
In afwijking van het bepaalde in artikel 3.5, tweede lid, van de wet is het aan grondgebruikers toegestaan om Brandganzen opzettelijk te verstoren op de door hen gebruikte gronden, dan wel in of aan door hen gebruikte opstallen, ter voorkoming van in het lopende of daarop volgende jaar dreigende schade op deze gronden, in of aan deze opstallen, of in het omringende gebied.
In afwijking van het bepaalde in artikel 3.10, eerste lid, van de wet is het aan grondgebruikers toegestaan om Veldmuizen te vangen en opzettelijk te doden, alsmede de vaste voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van deze soort te beschadigen en vernielen, op de door hen gebruikte gronden, ter voorkoming van dreigende schade op deze gronden of in het omringende gebied.
De in het eerste tot en met derde lid genoemde vrijstellingen gelden ten behoeve van de in bijlage I bij de betreffende soort genoemde belangen, voor het hierin genoemde gebied, onder gebruik van de hierin genoemde middelen en onder de hierin genoemde voorschriften en beperkingen.
Handelingen als bedoeld in het eerste tot en met derde lid, worden verricht overeenkomstig het Faunabeheerplan.
De grondgebruiker die de vrijstelling, als bedoeld in het eerste en tweede lid, uitoefent, danwel in overeenstemming met artikel 3.15, zevende lid, van de wet, door een ander laat uitoefenen, rapporteert de resultaten hiervan uiterlijk twee weken na uitvoering van een actie, middels een hiervoor door Gedeputeerde Staten aangewezen elektronisch registratiesysteem.
De grondgebruiker die de vrijstelling, als bedoeld in het derde lid, uitoefent doet hiervan melding bij Gedeputeerde Staten middels het sturen van een email aan emailadres Wet.Natuurbescherming@provincie-utrecht.nl.
Indien de grondgebruiker in overeenstemming met artikel 3.15, zevende lid, van de wet de vrijstelling, als bedoeld in het eerste tot en met derde lid, door een ander laat uitoefenen draagt deze persoon de schriftelijke en gedagtekende toestemming van de grondgebruiker bij zich en geeft deze op eerste vordering van een daartoe bevoegde ambtenaar ter inzage.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.4
Artikel 3.4.2