Naar hoofdinhoud
Onverminderd het bepaalde in artikel 3.10, derde lid, en 3.31, eerste lid, van de wet gelden de verboden, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de wet, niet voor soorten genoemd in bijlage II bij deze regeling ten aanzien van handelingen genoemd in artikel 3.10, tweede lid van de wet, onderdelen a, d, e, f en g. De vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, geldt slechts voorzover er voorafgaand en tijdens de werkzaamheden of het gebruik in redelijkheid alles wordt verricht of gelaten om te voorkomen dat de verboden, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de wet, worden overtreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel