Een melding van het vellen of doen vellen van houtopstanden, als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de wet, wordt niet anders gedaan dan middels het door Gedeputeerde Staten daartoe beschikbaar gestelde formulier.
Een melding wordt ten minste 4 weken en ten hoogste 1 jaar voorafgaand aan de velling gedaan.
Ter voldoening aan de meldingsplicht als bedoeld in het eerste lid stelt de melder in ieder geval de volgende gegevens ter beschikking aan Gedeputeerde Staten:
NAW-gegevens, contactgegevens en indien van toepassing bedrijfsgegevens van de melder, en, indien die niet tevens de eigenaar van de grond met de houtopstand is, ook van de eigenaar;
gegevens over de te kappen houtopstand: locatie (waaronder ten minste een topografische kaart schaal 1:25.000 en de kadastrale gegevens), oppervlakte van de velling (in are), de boomsoort, de leeftijd, en, voor zover het rijbeplantingen betreft, het aantal bomen; en
de reden van velling.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.1