Naar hoofdinhoud
In geval dat een of meer van de verboden van artikel 5.5.2 overtreden zijn zonder vrijstellingsgrond, is de zakelijk gerechtigde van de grond, dan wel degene, die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, verplicht om binnen een jaar na de overtreding het beschermde kleine landschapselement op dezelfde locatie zo veel mogelijk in de oorspronkelijke staat te herstellen of te herbeplanten. Onverminderd het bepaalde in artikel 5.5.3, moeten niet aangeslagen herbeplantingen of andere mislukte herstelmaatregelen voor 1 april van het opvolgende jaar worden vervangen of hersteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel