Indien ontheffing is verleend voor een of meer grotere maten dan bepaald is in artikel 5.4.4, zesde lid, vervalt die ontheffing bij wijziging of vervanging van het woonschip.
Woonschepen, die sinds 1 januari 1989 of eerder onafgebroken dezelfde ligplaats hebben ingenomen en vanaf die datum voortdurend in gebruik geweest zijn als hoofdverblijf, en die op die ligplaats in strijd zijn met artikel 5.4.2, eerste lid, worden op die locatie gedoogd.
Bij woonschepen, die vanaf een datum na 1 januari 1989 onafgebroken dezelfde ligplaats hebben ingenomen en vanaf die datum voortdurend in gebruik geweest zijn als hoofdverblijf, en die op die ligplaats in strijd zijn met artikel 5.4.2, eerste lid, geldt bij bestuurlijke handhaving ter verwijdering de volgende begunstigingstermijn vanaf de datum van het handhavingsbesluit:
Jaar van inname ligplaats
Begunstigingstermijn
1989- 1997
drie jaar
1998- 2002
achttien maanden
2003
drie maanden
2004- heden
de kortste redelijke termijn
Een gedoogsituatie kan worden beëindigd en een begunstigingstermijn kan worden verkort, indien voor het betreffende woonschip een wisselligplaats, dan wel een reguliere ligplaats in overeenstemming met deze verordening beschikbaar komt.
Indien een aanlegplaats aanwezig is in strijd met artikel 5.4.3, tweede lid, en aan die aanlegplaats een woonschip ligplaats heeft conform het tweede lid van dit artikel, geldt voor de aanlegplaats dezelfde gedoog- of begunstigingstermijn als voor het woonschip. De bedoelde besluiten worden op hetzelfde moment bekendgemaakt.
HOOFDSTUK 8
Artikel 8.3