De Drechtraad stelt een verordening vast over de wijze waarop de door de deelnemende gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen verschuldigde algemene en specifieke bijdrage wordt berekend. Bij het opstellen van de verordening geldt als uitgangspunt dat de financiële gevolgen uitsluitend worden gedragen door de gemeenten die de betreffende taken hebben overgedragen.
In de ontwerp-begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente verschuldigde algemene en specifieke bijdrage voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft.
De deelnemende gemeenten betalen de in het eerste lid bedoelde totale bijdrage bij wijze van voorschot. Het Drechtstedenbestuur stelt de frequentie van betaling vast, waarbij geldt dat de totale bijdrage in ten minste 2 halfjaarlijkse termijnen wordt betaald.
Na vaststelling van de begroting zendt het Drechtstedenbestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ervoor zorgen dat het in deze begroting voor de betreffende gemeente als bijdrage in de kosten van de Drechtsteden geraamde bedrag, in de gemeentebegroting wordt opgenomen.
De relevante bepalingen uit dit hoofdstuk zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op wijzigingen van de begroting.
De artikelen 192 en 208 tot en met 211 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 12:
Artikel 38
Inhoud van de begroting
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden