De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de bestuursorganen van alle deelnemende gemeenten en publiekrechtelijke lichamen.
Een besluit als bedoeld in het eerste lid kan niet worden genomen dan nadat de Drechtraad daarover is gehoord.
De opheffing gaat in op de in het opheffingsbesluit genoemde datum.
In geval van opheffing van de regeling stelt de Drechtraad ter regeling van de financiële en andere gevolgen van de opheffing een liquidatieplan vast gehoord het Drechtstedenbestuur, de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten en publiekrechtelijke lichamen. Hierbij kan van bepalingen van deze regeling worden afgeweken.
Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.
Het liquidatieplan voorziet in ieder geval ook in de financiële en overige gevolgen die de opheffing voor het personeel heeft. Het plan bevat een personeelsplan als bedoeld in artikel 108 van de Wgr.
Het Drechtstedenbestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie conform het liquidatieplan.
Zonodig blijven de bestuursorganen en commissies van de Drechtsteden ook na het tijdstip van opheffen in functie totdat de liquidatie is beëindigd.
Alle rechten en verplichtingen van de regeling die resteren na uitvoering van het liquidatieplan gaan bij vereffening over naar de gemeenten, naar evenredigheid van de grootte van hun bijdrage aan de regeling in het jaar voorafgaande aan de opheffing.