In afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 2 lid 1 van deze verordening:

A

Bebouwde kom stedelijk

2,0 odour units;

B

Bebouwde kom stedelijk v2

2,0 odour units;

C

Bebouwde kom

3,0 odour units;

D

Bebouwde kom v2

3,0 odour units;

E

Bebouwde kom landelijk

4,5 odour units;

F

Gemengd gebied met hoofdzakelijk burger gebruik

5,0 odour units;

G

Gemengd gebied

8,0 odour units;

H

Gemengd buitengebied

11,0 odour units;

I

Buitengebied

14,0 odour units;

J

Buitengebied met hoofdzakelijk agrariërs

21,0 odour units.