In deze verordening wordt verstaan onder:

  • - a. markt:

    de markt die plaatsvindt op de, bij of krachtens artikel 11 van het Marktreglement vastgestelde dag, tijd en plaats;

  • - b. marktterrein:

    de gehele openbare of voor het publiek toegankelijke oppervlakte grond, die aangewezen is voor het uitoefenen van de markthandel;

  • - c. standplaats:

    de ruimte die voor de duur van de markt op het marktterrein is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;

  • - d. vaste standplaats:

    de standplaats die op een markt voor onbepaalde tijd ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder(s);

  • - e. dagplaats:

    de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld aan de vergunninghouder(s), omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;

  • - f. standwerken:

    de activiteit waarbij de vergunninghouder(s) publiek om zich heen verzamelt/verzamelen en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel;

  • - g. standwerkersplaats:

    de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;

  • - h. vergunninghouder(s):

    de perso(o)n(en) aan wie door het college van burgemeester en wethouders vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats;

  • - i. marktmeester:

    de persoon, die als zodanig is aangewezen door het college van burgemeester en wethouders.