Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter zendt ten minste 10 werkdagen voor de raadsvergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2.. De voorlopige agenda wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep verzonden. De bij de agenda’s behorende stukken worden zodra zij beschikbaar zijn en op een agenda zijn geplaatst meegezonden met deze agenda. 3.. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen.

Rechtspraak bij dit artikel