Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 5.

Bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening

Onderdeel van BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING HULST 2017

De eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening bedraagt maximaal de maximale bedragen zoals genoemd in ‘de kamerbrief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,5 oktober 2015 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2016/10/05/kamerbrief-over-maatregel-tegemoetkoming-eenverdienerhuishoudens-met-een-chronisch-zieke-partneren volgen hiermee de jaarlijkse aanpassing zoals door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zal worden bepaald: voor de ongehuwde cliënt, niet meer dan € 17,50 per bijdrageperiode met dien verstande dat dit bedrag, indien zijn bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.9 meer bedraagt dan € 22.632 en hij de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van 12,5 % van het verschil tussen dat inkomen en € 22.632; voor de ongehuwde cliënt, niet meer dan € 17,50 per bijdrageperiode met dien verstande dat dit bedrag, indien zijn bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.9 meer bedraagt dan € 17.033 en hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van 12,5 % van het verschil tussen dat inkomen en € 17.033; voor de gehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, niet meer dan € 0,00 per bijdrageperiode, met dien verstande dat dit bedrag, indien het gezamenlijke bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.9 meer bedraagt dan € 35.000 en een van beiden of beiden de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van 12,5 % van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 35.000; voor de gehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, niet meer dan € 17,50 per bijdrageperiode, met dien verstande dat dit bedrag, indien het gezamenlijke bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.9 meer bedraagt dan € 23.525 en beiden de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van 12,5 % van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 23.525. Schematisch overzicht van de parameters eigen bijdrage berekening in 2017 Bij de toepassing van het eerste lid wordt per kalenderjaar uitgegaan van twaalf perioden van vier weken en een periode die, afhankelijk van resterende dagen, vier of vijf weken bedraagt. De bijdrage, bedoeld in het eerste lid is niet verschuldigd: indien de persoon aan wie een maatwerkvoorziening is verstrekt of zijn echtgenoot een bijdrage ingevolge de artikelen 4 of 14 van het Bijdragebesluit zorg verschuldigd is, of indien het college, na advies van een instelling voor algemeen maatschappelijk werk, de Raad voor de Kinderbescherming of het AMHK, van oordeel is dat de verschuldigdheid hiervan kan leiden tot mishandeling, verwaarlozing of ernstige schade voor de opvoeding en ontwikkeling van een minderjarige, waarvan degene aan wie die maatwerkvoorziening is verstrekt de minderjarige of de ouder, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, is. Het eerste lid is niet van toepassing op de bijdrage in de kosten voor beschermd wonen of verblijf in een opvang. Voor rolstoelvoorzieningen is geen bijdrage verschuldigd. Voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige is een bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel