Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Begripsbepalingen

Onderdeel van Binnenhavengeldverordening 2017

Voor de toepassing van de bepalingen van deze verordening wordt verstaan onder: 1. Algemene wet: de Algemene wet inzake rijksbelastingen van 2 juli 1959 (Stb. 301); 2. Invorderingswet: Invorderingswet 1990; 3. Vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam een geheel uitmakende voorwerpen; 4. Meetbrief: het document als bedoeld in artikel 782, vierde lid, van het Wetboek van Koophandel juncto het besluit van 24 oktober 1983, Stb. 548 (Besluit binnenschepen-documenten); 5. Schip: een binnenschip of een vissersschip; 6. Binnenschip: een vaartuig – niet zijnde een pleziervaartuig – dat uitsluitend wordt gebruikt voor de vaart op de binnenwateren; 7. Vrachtschip: een binnenschip dat hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het vervoer van goederen; 8. Passagiersschip: een binnenschip, dat is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van passagiers; 9. Veerschip: een passagiersschip dat is bestemd of wordt gebruikt volgens een vooraf aangekondigd, volledig en voor ieder verkrijgbaar vaarplan, waarin Harlingen als haven van herkomst of van bestemming is opgenomen; 10. Zeilend bedrijfsvaartuig: een binnenschip, geen passagiersschip zijnde, dat overwegend of geheel met behulp van zeilen wordt voortgestuwd en dat is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen; 11. Sleepboot: een binnenschip dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het slepen of duwen van andere vaartuigen; 12. Vissersschip: een schip dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee, doch niet voor de walvisvaart; 13. Pleziervaartuig: een vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de recreatie, niet zijnde een passagiersschip noch een zeilend bedrijfsvaartuig; 14. Laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte verschil tussen de zoetwaterverplaatsing van het schip bij de grootst toegelaten diepgang en die van het ledige schip; 15. Ton: een massa van 1.000 kilogram; 16. Gebruik van de haven: het in artikel 1 bedoelde gebruik van voor de openbare dienst bestemde wateren of van andere wateren, voor zover liggende binnen de grenzen van de gemeente Harlingen; 17. Havenmeester: de havenmeester van de gemeente Harlingen of diens plaatsvervanger; 18. Tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel; 19. Termijn: een in de tabel genoemd tijdsvak waarin het gebruik van de haven plaatsvindt; 1 dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren; 7 dagen: een aaneengesloten tijdvak van 7 dagen; 30 dagen: een aaneengesloten tijdvak van 30 dagen; een kwartaal: een kalenderkwartaal; een jaar: een kalenderjaar. 20. Sportvissersvaartuig: een binnenschip niet zijnde een vissersschip noch een pleziervaartuig, dat bestemd is of gebruikt wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen die de sportvisserij beoefenen; 21. Laden/lossen: het laden/lossen van goederen alsmede het inschepen/ontschepen van passagiers; 22. Lengte: lengte van het vaartuig over alles, zoals blijkt uit de meetbrief vermeerderd met vaste uitstekende delen of ambtshalve wordt vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel