Binnenhavengeld wordt niet geheven ter zake van:
Het gebruik van de haven ter zake waarvan zeehavengeld wordt geheven; of van vaartuigen welke onder de precarioverordening vallen;
Vaartuigen, die in eigendom toebehoren aan de leden van het Koninklijk Huis;
Doorvarende binnenvaartuigen, met uitzondering van ladende/lossende vaartuigen, zeilende bedrijfsvaartuigen, sportvissersschepen en passagiersschepen, die tot een verblijf van maximaal 6 uren, zon- en erkende christelijke feestdagen niet meegerekend, ligplaats innemen;
Reddingsvaartuigen van de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij, benevens opleidingsvaartuigen voor zee- en binnenvaart, zolang zij uitsluitend voor dit doel worden gebruikt;
Hospitaalschepen, bedoeld bij de wet van 29 september 1906, S.383;
Pleziervaartuigen, liggende in de door de gemeente als jachthaven verhuurde wateren
Boten behorende bij en vastgemaakt aan een vaartuig, waarvoor havengeld is betaald, of waarvoor krachtens deze verordening geen havengeld is verschuldigd;
Binnenschepen liggende aan de geleidewerken van de Tjerk Hiddessluizen, wachtende op de eerste schutting;
Zeilende bedrijfsvaartuigen, die meerdere keren in één etmaal de haven van Harlingen bezoeken, betalen slechts éénmaal binnenhavengeld.