Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van kadegeld 2017

Kadegeld wordt niet geheven ter zake van het gebruik van de haven met: Vaartuigen, die in eigendom toebehoren aan de leden van het Koninklijk Huis; Doorvarende binnenvaartuigen, met uitzondering van ladende/lossende vaartuigen, zeilende bedrijfsvaartuigen, sportvissersschepen en passagiersschepen, die tot een verblijf van maximaal 6 uren, zon- en erkende christelijke feestdagen niet meegerekend, ligplaats innemen; Reddingsvaartuigen van de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij, benevens opleidingsvaartuigen voor zee- en binnenvaart, zolang zij uitsluitend voor dit doel worden gebruikt; Pleziervaartuigen, liggende in de door de gemeente als jachthaven verhuurde wateren; Volgboten, behorende bij en vastgemaakt aan een vaartuig, waarvoor kadegeld is betaald, of waarvoor krachtens deze verordening geen kadegeld is verschuldigd; Vaartuigen liggende aan de geleidewerken van de Tjerk Hiddessluizen, wachtende op de eerste schutting; Oorlogsvaartuigen en hospitaalschepen, bedoeld in de wet van 30 december 1905 (staatsblad nr. 383.) Vaartuigen liggende in de binnenwateren van de gemeente Harlingen met uitzondering van de Hermeskade.

Rechtspraak bij dit artikel