Indien zich op een terrein een of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor verspreiding van bomenziekten of voor vermeerdering van verspreiders van dergelijke ziekten, is de rechthebbende, indien hij hiertoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn die maatregelen te treffen die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter voorkoming van verspreiding van de vastgestelde ziekte.
Het is verboden gevelde zieke bomen of delen daarvan, met uitzondering van geheel ontschorst hout en hout met een doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren.
Het bevoegd gezag kan ontheffing van dit verbod verlenen.
Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht.