Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een beschermwaardige houtopstand te vellen of te doen vellen.
In beginsel wordt geen vergunning verleend voor houtopstanden voorkomend op de vastgestelde Bomenlijst van beschermwaardige houtopstanden, als bedoeld in artikel 7 en/of indien velling in strijd is met het vigerende bestemmingsplan of regelgeving inzake natuurbescherming.
Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt eveneens voor:
houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant- en instandhoudingplicht op grond van de artikelen 8 en 9 van deze verordening;
houtopstand die is aangelegd op grond van een overeenkomst met een publiekrechtelijk bestuursorgaan.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:
voor houtopstand die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd als bedoeld in de Wet natuurbescherming of bij het op andere wijze van toepassing zijn van deze wet of krachtens die wet gestelde voorschriften;
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 9 en 10 van deze verordening;
het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
in de gevallen waarbij voor het vellen een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid onder b van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht vereist is.