Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Verlening omgevingsvergunning

Onderdeel van Beleidsregel vellen en herplanten houtopstanden

1. Het college verleent een omgevingsvergunning voor het vellen van een monumentale houtopstand, waardevolle houtopstand of houtopstand in groenstructuur indien: a. uit boomtechnisch onderzoek blijkt dat de houtopstand niet te handhaven is; b. uit boomtechnisch onderzoek blijkt dat de gezondheidstoestand van de houtopstand onomkeerbaar onvoldoende is; c. de houtopstand in een onomkeerbaar slechte conditie verkeert, waardoor verval binnen tien jaar is te verwachten; d. de houtopstand in de weg staat bij de realisering van concrete gemeentelijke plannen voor herinrichting van de woon- en leefomgeving die niet kunnen worden uitgevoerd zonder de houtopstand te vellen; e. de houtopstand in de weg staat bij de uitvoering van activiteiten die niet kunnen worden uitgevoerd zonder de houtopstand te verwijderen en waarvoor: 1° een omgevingsvergunning is verleend; 2° een aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend die naar oordeel van het bevoegd gezag kan worden gehonoreerd. 2. Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor het vellen van een monumentale houtopstand, waardevolle houtopstand of houtoptand in groenstructuur indien de houtopstand ernstige overlast veroorzaakt die niet op andere wijze kan worden weggenomen. 3. Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor het vellen van een waardevolle houtopstand of een houtopstand in groenstructuur indien: a. de houtopstand onder- en of bovengronds beperkte ontwikkelingsmogelijkheden heeft; b. de houtopstand tot een soort behoort die een zodanige levensverwachting heeft dat de houtopstand de monumentale status nooit zal bereiken. 4. Het college kan voorts een omgevingsvergunning verlenen voor het vellen van een houtopstand in groenstructuur indien: a. de houtopstand onderstandig is; b. het andere houtopstanden met betere ontwikkelingsmogelijkheden beperkt.

Rechtspraak bij dit artikel