Naar hoofdinhoud
1.. De ambtenaar die ontslag is verleend na afloop van een periode waarin hij op grond van Artikel 125c van de Ambtenarenwet tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn functie, en volgens Gedeputeerde Staten niet in een passende functie herplaatst kan worden, wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de uitoefening van zijn functie anders dan door arbeidsongeschiktheid, heeft recht op een eenmalige uitkering bij ontslag als het ontslag in overwegende mate is toe te rekenen aan schuld van de provincie. 2. . Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van de eenmalige uitkering, gelet op de bijzondere omstandigheden van het concrete geval. 3. . Gedeputeerde Staten houden bij het bepalen van de hoogte in ieder geval rekening met de mate van schuld van de provincie en de ambtenaar aan het ontslag, met de leeftijd van de ambtenaar en met de duur en de omvang van het dienstverband van de ambtenaar bij de provincie.

Rechtspraak bij dit artikel