Een recht op een particulier graf, urnengraf of urnennis kan
worden overgedragen, door overlegging aan de beheerder van een
door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend
bewijs van overdracht. Deze rechtsopvolger is de echtgenoot of
geregistreerde partner of andere levenspartner, dan wel een
bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad.
Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een
ander dan vorengenoemde personen is slechts mogelijk indien
daarvoor gewichtige redenen bestaan.
Het bestuursorgaan is niet aansprakelijk indien de
(persoons-)gegevens van de (nieuwe) rechthebbende foutief
doorgegeven worden via de uitvaartondernemer en als zodanig
verwerkt.
Na het overlijden van de rechthebbende of belanghebbende kan het
grafrecht worden overgeschreven op naam van de echtgenoot,
geregistreerde partner of andere levenspartner, dan wel een
bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad, mits de
aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen 1 jaar na overlijden van de
rechthebbende of belanghebbende. Overschrijving op verzoek van
de rechthebbende ten name van een ander dan vorengenoemde
personen is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen
bestaan.
Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
overschrijving niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van
dit artikel gestelde termijn, is het bestuursorgaan bevoegd het
grafrecht vervallen te verklaren.
Na het verstrijken van de in het vorige lid genoemde termijn kan
het bestuursorgaan het grafrecht alsnog op naam stellen van een
nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een
particulier graf, urnengraf óf urnennis dat inmiddels is
geruimd. De nieuwe rechthebbende is in een dergelijk geval
opnieuw uitgiftekosten verschuldigd.
Over elke overdracht of overboeking zijn de daarvoor
vastgestelde kosten verschuldigd, dus ongeacht de mate van
bloedverwantschap.
Het voor bepaalde tijd verleende recht kan telkens met een
termijn van 10 jaar worden verlengd op verzoek van de
rechthebbende, mits een zodanig verzoek vóór het strijken van de
lopende termijn, doch niet eerder dan één jaar voor het
verstrijken van die termijn, wordt ingediend;
Indien de rechthebbende van een urnennis, een urnengraf óf een
particulier graf met daarin een asbus, de uitgiftetermijn niet
wenst te verlengen, dan dient de rechthebbende de urn(nen) (op
afspraak) af te halen op de begraafplaats, binnen twee weken
nadat de termijn is verlopen. Indien de rechthebbende hier geen
uitvoering aan geeft c.q. niets van zich laat horen, dan mag
aangenomen worden dat hij/zij afstand doet van de urn(nen). De
beheerder is vervolgens gerechtigd de as te (laten) verstrooien
op het strooiveld en de hiervoor vastgestelde leges aan de
voormalige rechthebbende in rekening te brengen.
Hoofdstuk
Artikel 19
Artikel 19
Onderdeel van de verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Soest