Ter bevordering van het voorkomen, althans zoveel mogelijk beperken, van geluidsoverlast worden organisatoren van evenementen gewezen op het volgende:
a. Een goede programmering (lees: afwisseling) van de (soorten) muziek of andere geluidsproducerende evenementenonderdelen;
b. De locatiekeuze van de geluidsbronnen. De organisatie geeft in het vooroverleg aan hoe ze de geluidsbronnen wilt plaatsen. De gemeente bepaalt vervolgens welke geluidsproductie mogelijk is. Indien noodzakelijk wordt dit herhaald voor een aantal varianten. Uiteindelijk wordt de definitieve inrichting vastgelegd op een plattegrond en wordt dit vastgelegd in de vergunningvoorschriften.
c. De beschikbaarheid van een evenementenhandboek waarin allerlei tips en maatregelen worden aangereikt die ertoe leiden dat ontoelaatbare geluidsoverlast kan worden voorkomen;
d. Het toepassen van geluidsbegrenzing buiten de evenementenlocaties;
e. Het geleidelijk wegdraaien van de bastonen aan het einde van het evenement;
f. Het beperken van de soundcheck die voorafgaand aan het evenement plaatsvindt.
g. De geluidsbelasting door de evenementenorganisatie zelf te laten meten om zelf bij te kunnen sturen.
Artikel 7