De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer delen van de gemeente.
Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.
Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.
Het gemeten equivalente geluidsniveau (LAeq,T) veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan:
70 dB(A) en 85 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter
80 dB(A) en 95 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter voor festiviteiten als bedoeld onder lid 1 die het college als speciale festiviteit heeft aangewezen.
50 dB(A) en 65 dB(C), gemeten in in- of aanpandige geluidsgevoelige gebouwen.
De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie (Cb) en de meteocorrectieterm (Cm) buiten beschouwing gelaten. Als binnen 2 meter van een achterliggende gevel is gemeten dan wordt de geluidwaarde in het zesde lid met 3 dB verhoogd.
Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra geluid -hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening- uiterlijk een half uur voor de in deze verordening voor de betreffende inrichting voorgeschreven sluitingstijd of de op grond van artikel 2:30 vastgestelde afwijkende sluitingstijd te worden beëindigd. Indien in deze verordening voor een inrichting geen sluitingstijd is opgenomen dient het ten gehore brengen van extra geluid -hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening- uiterlijk te worden beëindigd om 00.30 uur op de zaterdag en zondag (de nacht van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag) en om 23.30 uur op de overige dagen.