Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4. › Paragraaf

Artikel 4:2

Aanwijzing collectieve festiviteiten

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Meierijstad

De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet gedurende de volgende dagen of dagdelen: op het grondgebied van de hele gemeente: Carnaval van vrijdag t/m dinsdag) (5 dagen) Koningsnacht en -dag (2 dagen) Oudejaarsavond en Nieuwjaarsdag (2 dagen). op het grondgebied van de betreffende kern: de dagen waarop aldaar de jaarlijkse kermis wordt gevierd (4/5 dagen) De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet tijdens de door de betreffende sportclubs georganiseerde toernooien. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. Het gemeten equivalente geluidsniveau (LAeq,T) veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan: 70 dB(A) en 85 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter 80 dB(A) en 95 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter voor festiviteiten als bedoeld onder lid 1 die het college als speciale festiviteit heeft aangewezen. 50 dB(A) en 65 dB(C), gemeten in in- of aanpandige geluidsgevoelige gebouwen. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie (Cb) en de meteocorrectieterm (Cm) buiten beschouwing gelaten. Als binnen 2 meter van een achterliggende gevel is gemeten dan wordt de geluidwaarde in het vierde lid met 3 dB verhoogd. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra geluid -hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening- uiterlijk een half uur voor de in deze verordening voor de betreffende inrichting voorgeschreven sluitingstijd of de op grond van artikel 2:30 vastgestelde afwijkende sluitingstijd te worden beëindigd. Indien in deze verordening voor een inrichting geen sluitingstijd is opgenomen dient het ten gehore brengen van extra geluid -hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening- uiterlijk te worden beëindigd om 00.30 uur op de zaterdag en zondag (de nacht van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag) en om 23.30 uur op de overige dagen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel