Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 11.

Individuele studietoeslag

Onderdeel van Participatieverordening Meierijstad 2017

Een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de wet kan een aanvraag individuele studietoeslag indienen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum van de aanvraag: 18 jaar of ouder is; en recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft; en een persoon is van wie is vastgesteld dat hij of zij door een structurele medische beperking tijdens de studie geen inkomsten kan verwerven. Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet, wordt schriftelijk ingediend middels een door het college vastgesteld formulier. Het college kan een externe organisatie vragen te adviseren of een persoon met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie. Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 6 maanden in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. De studietoeslag wordt in maandelijkse termijnen uitgekeerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel